• Slider 5

Zorgbeleid

"Zorg" is een heel ruim begrip. Het omvat alles wat we op internaat doen om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de noden van de kinderen en jongeren. Hieronder volgt een omschrijving over hoe de zorg en de begeleiding van de interne in het internaat wordt georganiseerd.                                                                   

Niveau 0: Zorgvisie

Alle zorg (op welk niveau ook) is gebaseerd op of doordrongen van onze zorgvisie. Onze zorgvisie vindt haar neerslag in de Pedagogisch Project van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap (PPGO!).

De zorgvisie binnen het internaat, baseert zich daarnaast in de eerste plaats op "het zorgcontinuüm" en "de uitgangspunten van handelingsgericht werken". Wij willen onze internen zorg bieden op alle verschillende niveaus, dit om zowel tegemoet te komen aan hun globale noden, als aan hun specifieke noden als individu. Hierbij wensen wij volgende principes centraal te stellen:

(Naar Pameijer en collega's, 2007)

  1. De opvoedingsnoden van internen en de ondersteuningsbehoeften van opvoeders en ouders staan centraal

Hier stellen we ons in eerste instantie de vraag: wat heeft dit kind van deze ouders, in deze groep, bij deze opvoeder op dit internaat nodig? Het betreft ontwikkelingsdoelen op volgende vlakken:

  • sociaal-emotionele ontwikkeling
  • communicatie
  • zelfredzaamheid
  • vrije tijd
  • studie

Vervolgens mag men niet vergeten ook beide volgende vragen te formuleren: wat zijn de ondersteuningsbehoeften van de opvoeder? En wat zijn de ondersteuningsbehoeften van de ouders? Ook hun ondersteuningsnoden worden verhelderd.

Er wordt met andere woorden op een zorgvuldige wijze nagegaan op welke vlakken alle betrokken partijen zorg en hulp nodig hebben.

      2.  We werken systematisch en transparant

Het verhelderen en beantwoorden van hulpvragen dient op een systematische wijze te gebeuren. We gaan stap voor stap te werk. Op elk niveau van zorg vinden we namelijk een stapsgewijs, herhalend proces van beeldvorming, doelenbepaling, acties en evaluatie terug. Deze stap-voor-stap-werkwijze vindt zijn neerslag in heel wat standaarddocumenten, zoals de groepsplannen, de verslaggeving van de miniteams, de individuele handelingsplanning, e.d.

Deze manier van werken is voor alle betrokkenen duidelijk, en creëert hierdoor transparantie over de verschillende niveaus van zorg heen. 

  1. We werken doelgericht

Alvorens een verantwoord advies kan geformuleerd worden, moeten we bepaalde zaken weten of uitproberen. "Als we dat weten..., dan kunnen we beslissen dat...". Dit kan door doelgericht te observeren of door in gesprek te gaan met een betrokkene. In sommige gevallen is meer gespecialiseerde diagnostiek aangewezen om een duidelijker beeld te krijgen op de opvoedingsnoden en de ondersteuningsnoden.

Vervolgens worden er doelgerichte acties bepaald. "Een interne met deze noden, heeft een opvoeder nodig die...".

  1. We werken vanuit een transactioneel kader

Een hulpvraag of een ondersteuningsbehoefte dient niet alleen in de diepte maar ook in de breedte concreet gemaakt te worden. Daarom stellen we ons de volgende vraag: "Waarom heeft deze interne uit dit gezin, op deze school, in dit internaat, met deze opvoeder(s) en deze mede-internen de gesignaleerde problemen en hoe kunnen we deze goed aanpakken?".

We zijn ons dus bewust van de interacties die er bestaan tussen:

  • de kenmerken van het kind of de jongere
  • de kenmerken van de leef-leer-situatie (meer bepaald het groepsgebeuren op internaat)
  • de kenmerken van de onderwijsleersituatie (op school)
  • de kenmerken van de opvoedingssituatie (thuismilieu)

Dit blijkt een erg cruciaal maar tevens niet te onderschatten uitgangspunt. Als internaat is het niet altijd makkelijk om ruimere omgevingskenmerken van de betreffende interne in kaart te brengen. Hoe verloopt de opvoeding thuis? Welke vrijetijdsbesteding(en) heeft het kind? Hoe verlopen de contacten en liggen de relaties binnen de familie? Kan het gezin rekenen op sociale steun?

Afstemming en wisselwerking tussen de verschillende contexten is dan ook van uitermate groot belang.

     5.  We werken constructief samen met alle betrokkenen

We dienen als opvoeder, ouders (als ervaringsdeskundigen), kind/jongere en externe partners op een constructieve manier samen te werken. Op die manier beogen alle betrokkenen het meest doelgerichte, haalbare en zinvolle advies.

  1. We benutten ook steeds het positieve

Vanuit de visie op handelingsgericht werken, stellen we ons in het werk om een "aanpak op maat" te verwezenlijken voor de interne en zijn omgeving. Het kunnen zien van positieve kenmerken, mogelijkheden en groeikansen zowel in het kind of de jongere, in de leef-leer-situatie als in de opvoedingssituatie kunnen hiervoor belangrijke aanknopingspunten vormen.

  1. De opvoeder doet ertoe!

De opvoeders realiseren de begeleiding op maat van elke interne. Hierbij leveren zij een cruciale bijdrage aan de positieve ontwikkeling van het kind of de jongere op vlak van sociaal-emotionele ontwikkeling, communicatie, zelfredzaamheid en vrije tijd.

 

Diverse kaders ondersteunen de zorgvisie

Naast de gewone werking investeert het internaat ook sterk in een auti-werking, voor internen met een autisme spectrum stoornis, dit eveneens over de verschillende niveaus van het zorgcontinuüm.

Daarnaast wensen we graag ook nog volgende kaders vernoemen, die het (ortho-) pedagogisch handelen op internaat mee vorm geven:

  • GO! Waardenboek
  • emancipatorisch werken
  • Dösen en sociaal-emotionele ontwikkeling
  • deontologische code van de opvoeder
  • Vlaggensysteem (Sensoa)
  • Decreet betreffende de Rechtspositie van de Minderjarige in de Jeugdhulp
  • Kinderrechtenverdrag
  • ...

 

Niveau 1: Preventieve basiszorg

Dit is het zorgaanbod dat we bieden op groepsniveau, gebaseerd op de gemeenschappelijke noden van de internen binnen de groep. Deze zorg vindt haar neerslag in de groepsplannen, die per groep worden opgesteld en regelmatig worden bijgestuurd.

Wekelijks is er overleg voor elke groep, door middel van een miniteam. Zo wordt bijvoorbeeld binnen alle groepen voorzien in een aangepaste, vaste week- en dagstructuur, dit om te voldoen aan de nood van elke interne, namelijk de nood aan structuur, routines (en voorspelbaarheid). Sommige groepen werken met een takenbord, dit om tegemoet te komen aan de noden van de interne op vlak van zelfredzaamheid. Alle internen hebben tevens een individuele begeleider op internaat.

Voor nieuwe internen wordt standaard een intakeprocedure gevolgd, waaraan ook een huisbezoek gekoppeld is.

Op dit niveau van zorg worden jaarlijks sociogrammen afgenomen binnen elke groep. Dit om de dynamieken tussen kinderen en jongeren onderling in te kunnen schatten en zicht te krijgen op hoe elke interne door de groepsleden wordt gezien. Hieraan kunnen dan ook concrete acties op groepsniveau gekoppeld worden.

Binnen het internaat is er een algemene visie omtrent het omgaan met grensoverschrijdend gedrag en conflictsituaties

 

Niveau 2: Verhoogde zorg

Voor sommige internen volstaat de preventieve basiszorg niet, omdat zij een grotere zorgvraag hebben. Voor hen wordt individueel nagegaan welke zorg er kan geboden worden. Dit vindt zijn neerslag in het individueel handelingsplan (IHP), en gebeurt op basis van de besprekingen tijdens de wekelijkse miniteams.

Zo kan het kind of de jongere bijvoorbeeld nood hebben aan een individuele weekkalender, een vast gespreksmomentje met zijn individuele begeleider, een stappenplan om tanden te leren poetsen, enz.

Soms kan het op gedragsmatig vlak vastlopen met een interne. Om een beter zicht te krijgen op het functioneren van het kind of de jongere, kan de SEO-R afgenomen worden. Dit is een diagnostisch instrument om zicht te krijgen op het niveau van sociaal-emotionele ontwikkeling van de interne.

Op dit niveau speelt de individuele begeleider van het kind of de jongere een belangrijke rol. Deze volgt namelijk de communicatie en de zorg rond de interne op.

 

Niveau 3: Uitbreiding van zorg

Volstaat de geboden preventieve basiszorg en verhoogde zorg niet, dan dienen we beroep te doen op uitbreiding van zorg. Op dit niveau worden instanties zoals het CLB, het Ondersteuningscentrum Jeugdzorg of de Jeugdrechtbank nauw betrokken. Ook andere externe diensten zoals psychiatrie, thuisbegeleiding, pleegzorg, e.d. kunnen een rol spelen.

Voorbeelden van uitbreiding van zorg zijn de volgende: een outreach-project vanuit een psychiatrische dienst, een time-out project voor een jongere die vastloopt op internaat of school, psychologische begeleiding voor de interne van een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg, enz.

 

Niveau 4: Overstap of doorverwijzing

Als alle voorgaande niveaus van zorg werden doorlopen en daaruit blijkt dat de geboden zorg niet volstaat, dan kunnen we ons de vraag stellen of wij als internaat de geschikte opvangvorm of hulpverleningsvorm zijn voor de betreffende leerling.

Een overstap of doorverwijzing is dan misschien aangewezen, bijvoorbeeld naar een ander type onderwijs en/of internaat. Maar ook een interne die bijvoorbeeld na twee jaren internaat terug naar huis gaat, kan beschouwd worden als een overstap.

© 2017 Internaat 't Kasteeltje - Zijpstraat 36 - 9308 Hofstade - Design by Creativision